Selecteer een pagina

The great “Fat-But-Fit” surprise

 

Fit zijn en toch overgewicht hebben ?
Kan dat ?

Dik zijn wordt geassocieerd met ongezond zijn. Jarenlang voelde ik me – als therapeut –  verplicht om iets te vinden van het overgewicht, waarmee veel patiënten in de praktijk kwamen. Ik had ten slote het beste voor, met mijn patiënten. Net zoals veel andere hulpverlener en wetenschapper, die zijn of haar onderzoeken wijden aan onderzoek naar lichaamsvet, BMI, vetpercentages, de waist taille ratio en alle gezondheidsrisico’s die in verband worden gebracht met overgewicht.
Maar… kijken wij er wel goed naar ?

 

Vet de mist in

 

Januarie 2008. Een 30 jarige, vrolijke man komt bij mij in de praktijk. Met rugklachten.  En een veel te hoge BMI.
Ik help hem met het opheffen van een aantal blokkades in zijn onderrug en breng vervolgens zijn overgewicht ter sprake. Als hij wil, dat zijn rugklachten niet weer terug komen, zal hij af moeten vallen. Zijn rug en buikspieren zijn op dat moment te slap om zijn wervelkolom goed te kunnen stabiliseren en hij is meteen buiten adem bij het aanleren van een paar basisoefeningen. Mijn advies is: een Sportmedische keuring, nadat hij heeft verteld, dat in zijn familie iedereen met hart & vaatziektes te maken heeft. Met de uitslag van de test kan hij vervolgens – op de ‘kloppende’ hartslag – gaan trainen om fitter te worden en zijn (rust)metabolisme aan te zwengelen.

 

November 2009 komt hij weer in de praktijk.
Nog even zwaar.
Nu heeft hij achillespeesklachten.
Tijdens mijn onderzoek betrap ik mezelf steeds vaker bij de gedachte , dat ik zijn klachten onder zijn persoonlijke tekortkomingen schaar. Onder het gegeven ‘ het interesseerd hem gewoon niet’,  begin ik weer van wal te steken met een tsunamie aan ongevraagde advies. Hij glimlacht alleen maar.  Wat mij alleen maar meer op dreef brengt. Onder het mom van ‘dan onthoud hij het wel. Hoe moeilijk kan het zijn.’

 

Terwijl ik aan het zoeken ben naar folders die hij mee naar huis kan nemen, heeft hij een datum en tijdstip op een gele PostIt geschreven.
Of ik dan naar UniFit wil komen ?
Een fitnesscenter om de hoek. En of ik sportkleren mee wil nemen…?
Enigszins perplex duw ik de folders in zijn handen en plak vragend de PostIt in mijn agenda.
Hij verlaat de praktijk met een verwarrende glimlach. Gelukkig… óók met mijn folders.

 

Er is geen betere leraar, dan je grootse vergissing

 

Twee weken later is het zo ver. Met mijn sportkleren aan, sta ik in het ontvangsthalletje van het sportcenter. Met een papierenbeker met slappe thee in mijn handen, vraag ik me af, wat ik hier eigenlijk doe.
Op dat moment komt hij in zijn wielrenbroekje de kleedkamer uit. “Klaar ervoor ?” vraagt hij. “Waarvoor ? ” wil ik weten, terwijl ik me probeer te concentreen op zijn ogen.

Eenmaal binnen blijkt, dat hij tegen mij wil fietsen.

Grrr,  wat nu ?
Omdat ik geen spelbederver wil zijn, ga ik akkoord…. en 13 minuten later in één verzuring van mijn bovenbenen
die ik het laatst heb gevoeld tijdens het introductiecamp van de opleiding fysiotherapie.
En dat,  terwijl hij… vrolijk en glimlachtend om verhoging van de weerstand vraagt…
Dit is géén natuurlijk verschil tussen man en vrouw ! Dat is zeker.
Hij is getraind!
Hij is Fit.
Fat……. BUT Fit !

“Luister. En mensen zullen naar je luisteren.”

 

 

Als hij klaar is, stapt hij zwetend en op zoek naar lucht –  om te kunnen lachen – van de fiets.
Ik heb mijn gezichtstrekken ogenschijnlijk nog steeds niet onder controle.
“Lieverd. Jij bent zo’n schat.” begint hij nog enigzins buiten adem…” En… je hebt me het beste advies ooit gegeven met die test bij dat sportmedisch adviescentrum. Jij, wilt écht helpen. En daarom help ik jou.
Als jij leert luisteren naar mensen, famke … zullen mensen naar jou luisteren.”

Ik luister